|
[04-11] |
Ik herinner me. Ik herinner me zoveel, maar het komt in stukjes en beetjes. Het komt los van mijn pantser, van mijn schubbenhuid. Overal waar ik kom vecht ik tegen de herinneringen.
Ik herinner me mijn eerste geliefde. Hoe ik daarna begon te tellen. Hoe vaak verliefd, hoe vaak afscheid genomen. Afscheid nemen doet pijn. Maar vergeten voel je niet.
Ik herinner me hoe anders "wij" waren. Ik voel hoeveel pijn het me doet nu jij ook uit mijn wereld gestapt bent. Ik dacht "voor altijd" achter onze namen te zien staan, maar nu vreet ook de twijfel zich een weg in mijn lijf.
Ik herinner me de eerste keer dat ik je zag.
Ik herinner me de derde keer dat ik je zag.
Ik herinner me je stralende glimlach. Ik herinner me de sterren in je ogen. Ik herinner me je slapende gezicht. Maar het meest van al spookt je verbeten gezicht voor mijn ogen, het gezicht waarmee je afscheid nam, me de rug toedraaide, en niet eens zag hoe mijn hart in stukken viel...
Ik herinner me de eerste aarzelende woorden die ik je schreef, misschien moet ik ze eens zoeken om ze je alsnog te geven. De woorden die ik je toch toestuurde, brachten nog meer sterren aan in je ogen.
Ik herinner me de laatste woorden die ik je schreef, je bekeek ze maar half en gooide ze aan de kant. Het was alsof ik zag hoe de ene ster na de andere uitdoof.
Ons leven. Ik probeer te vergeten wat ik me nog herinner. Jij was het liefste, mijn liefste op de wereld. Nu de tranen ook over mijn wangen stromen, ben ik bang dat je nooit meer terugkomt. Dat ook jij beseft heb hoe weinig waard ik ben, hoe weinig ik doorweeg op de weegschaal.
Ik herinner me dat ik dacht nooit van mijn eerste echte liefde verlost te kunnen raken. Hij kwetste me en toch keerde ik altijd bij hem terug. Nu wil ik niet meer verlost raken van jou, al heb je me achtergelaten. En niet het snijden doet zo'n pijn, maar het afgesneden zijn...
Zou ik je schrijven, zou ik je mailen, zou ik je smsen, zou ik je aanspreken op msn, zou ik je zoeken in je buurt... Er is zoveel dat ik kan doen maar als versteend teer ik op mijn tranen verder. Er is nu eenmaal denk ik niets dat ik nog kan doen om je terug te krijgen...
|
|